Zalige zaterdag

De afgelopen week heb ik enorm kunnen genieten van verse postelein. Ik heb het zelf mogen plukken uit de moestuin van “de buren van E.” en dat doe ik natuurlijk heel graag! Postelein is namelijk iets wat ik nog niet zelf in de tuin heb staan en waar ik wel erg zin in had.

Postelein is een groente die ik maar zelden in de Nederlandse supermarkten heb gezien. Wel is deze te krijgen bij de groentenboer, maar niet het hele jaar door. Dit plantje is maar korte tijd verkrijgbaar en dat maakt het nog specialer als die dan ook te krijgen is.

Veel mensen eten postelein gekookt, maar ik eet het liever als rauw als sla, op een boterham of door een stamppotje.

De afgelopen week heb ik verscheidene heerlijke salades ermee kunnen maken.

Pasta salade met postelein

  • postelein naar smaak
  • gekookte pasta
  • pesto
  • echte griekse schapenfeta
  • andere rauwkost die je lekker vind door de salade (bij mij waren dit de laatste tomaatjes uit eigen tuin)

Maak de postelein goed schoon, giet de gekookte pasta af en meng vervolgens alles naar smaak door elkaar. Hoeveelheden moet je een beetje op de gok doen, dat heb ik ook gedaan terwijl ik het gerecht op het moment zelf verzon.

Posteleinsalade met feta en geroosterde pompoen

  • pompoen
  • feta
  • postelein
  • naar keuse andere groenten en rauwkost (rauw uitje, gekookt eitje, andere sla soorten, tomaatjes, radijsjes)

Maak de pompoen schoon en snij het vruchtvlees in blokjes. Zorg dat alle blokjes zijn bedekt met een heel dun laagje olie en leg ze ongeveer 30min. in de oven op 200graden Celsius tot ze goudbruine randjes krijgen.

Maak postelein schoon en meng met verkruimelde feta en pompoenblokjes en eventueel andere groenten.

Er zijn nog veel meer andere recepten te maken met postelein:

Posteleinsalade met geitenkaas

Posteleinsalade met sinaasappel en noten

Postelein-sjalotten stamppot

Roergebakken postelein met garnalen

Nog niets lekkers gezien? Kijk dan eens bij de suggesties van Appie!

Enjoy!!!

Zongedroogde tomaten

Niet alleen de grote tomaten moesten verwerkt worden, ook de drie bakjes vol met kleine romatomaatjes moesten verwerkt worden. En wat is er nou lekkerder (en makkelijker) dan je eigen gedroogde tomaatjes maken?

De belangrijkste handeling is dat je de tomaatjes halveerd. Dan met de gesneden kant naar boven, leg je ze op een bakblik of droogla. En vervolgens kan het drogen beginnen. Natuurlijk kunnen de tomaten van te voren ook nog gekruid worden, maar omdat ik mijn tomaten maar half wil laten drogen en dan in een marinade wil conserveren doe ik dit niet.

Het drogen in de oven moet op een zo laag mogelijke temperatuur, maar kan al rond de 100 graden Celsius. Natuurlijk is de regel, hoe hoger de temperatuur, hoe korter het duurt. Maar een belangrijkere regel is: ¨Hoe langzamer het proces, hoe lekkerder het resultaat.¨

Mijn tomaatjes gaan in een droogla waarin de temperatuur zeer laag zal staan. Dit betekend dat het gerust een avond of nacht kan gaan duren. Geen probleem, ik slaap gewoon lekker door en zie het resultaat morgen wel!

Als de tomaatjes nog een klein beetje vochtig zijn (semi zongedroogd, dat smaakt iewat frisser en zuurder) haal ik ze er uit en zal ik er een mengsel van kruiden en olie overheen gieten in een gesterriliseerde pot. Welk mengsel ik ga gebruiken weet ik nog niet, maar waarschijnlijk voeg ik er ook nog wat balsamico aan toe. Dit kan iedereen natuurlijk naar eigen keus doen.

De pot met tomaatjes bewaar ik dan in de koelkast en ze zijn te gebruiken door de sla, op een pizza, op een boterham of tosti, bij de bbq op een groentespies en natuurlijk zijn er nog veel meer mogelijkheden!

Enjoy!

 

Tomatensoep

Ik kan me nog herinneren hoe ik in deze tijd van het jaar (of zelfs eerder) bij een vriendin van me in de tuin zat en haar overvloed aan tomaten zag hangen in de plant. Vaak mocht ik deze meenemen omdat zij ze zat was en er al echt teveel gegeten had in die periode. Lekker!

Nu wil het dat ik op dit moment ook teveel tomaten in huis heb. Niet uit mijn tuin, maar gekregen van een vriend. Mooie, grote rijpe trostomaten. En wil het nu net dat ik een lekker recept zag voorbij komen van Miss Sophie Dahl.

Geroosterde tomatensoep

  • 2kilo tomaten gehalveerd
  • 1 bol knoflook ongeschild door midden gesneden
  • 2 rode uien door vieren gesneden en geschild
  • takjes thijm
  • peper en zout
  • 2 eetlepels extra vierge olijfolie
  • 1 eetlepel suiker

Leg de tomaten, knofloof, uien in een diepe ovenschaal met wat takjes tijm, de peper en zout, en suiker erover gestrooid. Als laatste nog wat olijfolie en het geheel even doorhusselen.

De ovenschaal ongeveer 45minuten in de oven op 190 graden Celsius. Hierna de schaal uit de oven halen de tijm uit de schaal halen en de knoflook uit z´n schil knijpen en de schil weggooien. Alles in een blender gooien (of met een staafmixer pureren) en als het een glad romig geheel is, is de soep klaar!

Lekker!!

Zalige zaterdag

Tijdens de heerlijke warme zomers zo ‘s avonds bij een BBQ is er niets lekkerder dan een frisse Tzatziki saus. Nu kent volgens mij iedereen de eenvoudige versie wel van yoghurt, knoflook en komkommer, maar de saus die ik proefde tijdens de bbq van midzomer overtreft alles!

Het is een volle romige, frisse lobbige dip. Lekker om op een sandwich, stokbroodje, knäckebröd of wat rauwkost te doen.

Tzatziki met feta

  • 1 komkommer.
  • 2 tenen knoflook.
  • 1/2 bos dille.
  • 1/2 bos munt.
  • 200 gr. Feta.
  • 4 dl. Griekse yoghurt
  • 5el olijfolie
  • zout
  • peper uit de molen

De komkommer grof raspen en in een doek uit knijpen. Knoflook pellen en klein snijden of door de pers/raspen. Dille en munt fijn snijden. Feta met een vork fijn prakken en door de yoghurt mengen. Voeg de knoflook, dille munt en olijfolie toe, en doorroeren. Op smaak brengen met peper en zout.

Ideaal aan dit gerecht is dat het naar eigen smaak aangepast kan worden. Zo zou ik de olijfolie achterwege laten. En ik kan me niet herinneren dat in de saus die ik proefde munt verwerkt was. Wie niet van dille houdt, laat deze gewoon weg. En zelfs de komkommer kan weggelaten worden. Gewoon uitproberen dus!

Natuurlijk kan er ook een en ander toegevoegd worden aan de saus: olijven bijvoorbeeld!

Enjoy! (en hopen op veel warme zomer avonden!)

 

Gezonderdag

Zevenblad is niet uit te roeien! Het groeit nog steeds in mijn tuin en hoewel we wekelijks maaien (en dus alles kapot maaien), blijft het vrolijk terug komen.

Tijd voor een nieuw lekker zevenblad recept dus!

Zevenblad pesto

  • Een bergje zevenblad blaadjes (2 handen vol ongeveer)
  • 2 tot 4 tenen knoflook
  • flinke hand pijnboompitten of cashewnoten
  • olijfolie
  • beetje zout

Gooi alles in de blender tot het een mooie pesto is. Of vermaal het in een keukenmachine tot een pesto massa. Wie beide apparaten niet heeft zou alles klein kunnen snijden en met een vijzel kunnen verwerken (zoals de echte pesto vroeger gemaakt werd).

De pesto is lekker als een salade dressing, op een stokbroodje, op een cracker, door de pasta of als smaakmaker in een soepje, wees creatief!

Enjoy!

Gezonderdag

In Nederland wordt het als ‘vergeten groente’ gezien en is het in de culinaire wereld nu een hip ingrediënt. Hier in de Zweedse supermarkten is het in overvloed verkrijgbaar en wordt je niet gelijk als culinaire goochelaar gezien als je dit koopt. En omdat deze ‘vergeten’ groente me altijd zo vragend aankijkt als ik er langs loop, wilde ik het toch eens kopen. Een zak pastinaken, zoals je ook een zak wortels kan kopen.

Pastinaak

Voordat de uit Amerika geïmporteerde aardappel volksvoedsel nummer één werd in de negentiende eeuw, was er een inheemse wortel, die deel uitmaakte van het basisvoedsel: de pastinaak. Wie kent hem nu nog, die dikke, zoete witte wortel, die vooral middenin de winter zo goed smaakt?

Pastinaca sativa – de ‘gezaaide’ pastinaak – is een gecultiveerde vorm van een van origine wilde plant, die ook nu nog in de zomermaanden geregeld voorkomt in bermen en op onbebouwde, kalkrijke gronden. De gele bloemschermen vallen beslist op tussen de grassen, klavers en andere veldbloemen. De bloeiwijze doet denken aan de prachtige gele bloemschermen van de dille en de venkel, die beide als keukenkruiden veel bekender zijn dan de pastinaak. Ook de lavas, of maggiplant, is een zusje, en hier is – behalve de bloem – ook het blad vergelijkbaar met dat van de pastinaak. Is voor dille en venkel juist het ragfijne zachtgroene geurende blad kenmerkend, van de lavas en ook van de pastinaak is het blad veel groter, grover en donkerder groen. Behalve de eetbare wortel, zijn ook de platte zaden van de pastinaak bruikbaar in de keuken, bijvoorbeeld bij het maken van kruidenazijn.

De pastinaak is een zeer winterharde plant. Ook als de bodem bevroren is, blijft de pastinaak eetbaar, sterker nog, een wintertje erover maakt de wortel alleen maar zoeter en lekkerder van smaak. Opgraven in de winter is dan ook heel goed mogelijk, mits de grond niet te zwaar is. Kleigrond is dan ook minder geschikt voor de teelt van pastinaken dan een kalkrijke zandbodem. Voor een goede oogst in de winter moet er niet voor half april gezaaid worden, omdat vroeger zaaien wel eens een bloeiend gewas in de nazomer kan geven en dat gaat ten koste van de voedingswaarde van de wortel. Het mooiste is een bloei in de tweede zomer, waarna dan weer zaad gewonnen kan worden. De wilde pastinaken langs de wegen hebben ook een tweejarige cyclus. Van deze wilde planten zijn de wortels onvoldoende van kwaliteit om in de keuken te gebruiken.


De naam pastinaak is wel verbasterd tot pinksternakel, wat niets met het feest van Pinksteren of met pinksterbloemen heeft te maken. Wel is er een uitdrukking aan ontleend: “er pinksternakelig uitzien” wordt gezegd van iemand die blauw ziet van de kou. Dat bewijst maar weer, dat de pastinaak bij hartje winter hoort.

Toch was het nog maar begin oktober, toen in 1574 een kleine dappere jongen, Cornelis Joppenszoon, een kijkje ging nemen in de Lammenschans bij Leiden, waar de Spaanse belegeraars juist waren weggevlucht uit angst voor het opkomende water. De Prins van Oranje had bevel gegeven de dijken door te steken om zo een einde te maken aan het langdurige beleg van de stad Leiden. De kleine Cees leed al maanden lang honger en was dus heel blij met de vondst van een ketel vol voedsel in de in allerijl verlaten schans. In de ketel zat een husselpot van uien, spek, wortels, pastinaken en witte bonen.  Hoewel over de precieze ingrediënten valt te twisten: aardappelen zaten er in ieder geval niet in en pastinaken en uien in ieder geval wel. Het smaakte de kleine held maar best en hij heeft de rest meegenomen voor zijn moeder, broertjes en zusjes. Toen het water hoog genoeg stond konden de Geuzen met hun vloot tot aan de stad komen. Zij deelden toen haring en “wittebrood” uit aan de hongerende bevolking van Leiden. Sindsdien zijn deze drie gerechten onlosmakelijk verbonden met Leidens ontzet, dat nog jaarlijks gevierd en herdacht wordt op 3 oktober.

Al lang voor onze jaartelling, in de steentijd, was de pastinaak al bekend als voedsel. Kelten, Germanen, Slaven en Romeinen hielden zich al bezig met het veredelen van dit gewas en archeologische opgravingen brachten sporen van de planten aan het licht in de lagere delen van de Zwitserse en Italiaanse Alpen. In de middeleeuwen ontbrak de voedzame wortel zelden op het menu van ridders, boeren en burgers, exclusief gebakken met amandelen of kastanjes, of eenvoudig meegekookt in de boerensoep en de stamppotten. Na de middeleeuwen werd de pastinaak wel steeds meer verdrongen door de bekende oranje peen.

Ook de geneeskrachtige eigenschappen van de pastinaak kent men al lang.  Zo schrijft Dodoneus in zijn Cruijdeboeck van 1554: “De selve wortelen doen oock water maken/ versueten die pijne van der sijden/ verdrijven die winden ende weedom van den buyck/ ende sijn goet den ghenen die verreckt sijn oft van binnen ghequetst oft gheborsten.” De pastinaak is dus een bloedzuiverend, urineafdrijvend middel en verzacht bij inwendige krampen of pijnen.

Van de wilde pastinaak is een variant in omloop, de brandpastinaak, die minder vriendelijk is. Pas sinds 2004 wordt deze soort in Nederland aangetroffen en dan nog vooral in het zuiden van het land. Net als bij bijvoorbeeld de reuzenberenklauw kan deze plant na aanraking allergische reacties veroorzaken. Vooral na blootstelling aan zonlicht kunnen zelfs brandwonden ontstaan. Zo’n fototoxische reactie is het gevolg van stoffen die zich in de plant bevinden, furocoumarinen, die onder invloed van licht worden geactiveerd.  Het beste is dus om de wilde planten gewoon  te laten waar ze zijn en hun schoonheid te bewonderen.  Wie pastinaken wil eten kan ze beter zelf  zaaien en oogsten in de moestuin of ze kopen bij de groenteman of natuurvoedingswinkel. Want het is beslist de moeite waard om die echte Leidsel hutspot eens te maken.

Hutspot met pastinaak

Ingrediënten (voor 3-4 personen):
250 gram droge witte bonen
500 gram pastinaken
250 gram uien
500 gram winterpeen
250 gram mager rookspek of gerookte tofu
zout en peper naar smaak

Bereiding:
Week de bonen 24 uur in voldoende water (de bonen moeten onder water blijven). Kook ze in het weekwater samen met in stukjes gesneden spek of tofu gedurende 20 minuten. Boen intussen de pastinaken en wortelen schoon en schrap ze. Om verkleuring te voorkomen kan een scheutje azijn aan het waswater worden toegevoegd. Eventueel kan een harde kern uit de pastinaken worden weggesneden. Snijd alle groenten in kleine stukjes en laat ze samen met het bonenmengsel en met zout naar smaak nog 45 minuten op een zacht vuur stoven. Voeg zonodig nog wat water toe, om aanbakken te voorkomen. Beslist niet stampen! Breng op smaak met versgemalen peper.

Variatietips: serveren met verse peterselie; spek of tofu bakken in plaats van meekoken; witte bonen kant en klaar uit pot of blik voor een snellere bereiding.

Voor andere recepten kijk hier.

Geniet er van!

Brie en croute

Terwijl ik gisteren op Facebook bezig was, werd mijn aandacht getrokken door iemand die een quiche had gemaakt van zalm, spinazie en brie. Nu wil het toevallig zo zijn dat ik (voor deze blog) veel met quiche (‘paj’) bezig ben en ook nog eens brie in huis heb! Toch ga ik de taart niet maken hoewel de smaakcombinatie mij lekker en interessant lijkt.

Het bericht op Facebook wekte mijn interesse en ik ben nog eens verder gaan kijken wat ik met brie kon doen. Ik moet toegeven dat ik geen brie liefhebber ben (doe mij maar pittige kazen zoals overjarige kaas, geitenkaas of blauwschimmel!), dus het recept moet de brie een beetje opwaarderen.

Zo vertelde mijn buurvrouw dat zij graag brie met vijgen jam op een cracker eet. Ik heb het geprobeerd en dat is een ware verbetering! En de quiche maakster vertelde dat zij graag brie op een stokbrood in de oven doet met honing er over wat dan waarschijnlijk ook wel een verbetering zal zijn, maar wat ik niet ga proberen.

Wat ik vandaag gedaan heb, is een echte leuke, eenvoudige en opvallende oplossing (al zeg ik het zelf). Ik was dit recept al eens tegen gekomen en vond het al heel apart. Dus ben vandaag nog eens gaan kijken en bedenken of ik het zou gaan uitproberen. Het leek me nog steeds leuk om dit gerecht te maken en omdat dit een goeie manier is om de brie te conserveren (het hele gerecht in de vriezer opbergen en afbakken als het nodig is.. ik denk dat dat wel zou kunnen?) probeer ik het gewoon eens uit. Daarnaast is het een originele manier om de brie op te dienen en aangezien de Zweden overal graag jam (hartig-zoet combinaties) bij doen, zal dit vast in de smaak vallen. En het is ook nog eens super simpel!

Brie en croute (brie met een korstje)

  • een wiel brie
  • bladerdeeg
  • vijgenjam
  • eventueel losgeroerd ei

Laat het bladerdeeg ontdooien terwijl de oven op 200graden Celsius voorverwarmd. Als de bladerdeeg uit losse stukken bestaat (zoals in Nederland) maak hier dan een grote lap van door de bladen op te stapelen en uit te rollen tot een grote lap. Haal de brie uit z’n verpakking, snij doormidden en besmeer met vijgenjam. Verpak de brie in bladerdeeg en bestrijk het pakketje met losgeroerd ei(heb ik niet gedaan). Leg het pakketje in de oven (op anti-aanbak papier) en bak ongeveer 15-20 minuten tot het bladerdeeg mooi goud bruin is. Hieronder zijn de stappen op de foto’s te zien.Laat het geheel even afkoelen en dien warm op met crackertjes of brood om het geheel op te leggen, los bij een salade of als een bijgerecht van een luxe diner.

Het gerecht is ontzettend eenvoudig en op allerlei manier aan te passen. Zo kan de jam weggelaten worden of vervangen worden met honing of andere jam naar smaak (gember?!), Er zijn nog allerlei smaak combinaties mogelijk. Zo las ik ergens dat het ook gecombineerd kan worden met granny appels, gedroogde zoete cranberries en calvados of gekaramelliseerde pruimen, of champignons. Ook kan je er voor kiezen om het bladerdeeg te vervangen met croissantdeeg(danarol) of filodeeg(wat mij een beter idee lijkt) Het kan zo ingewikkeld en culinair mogelijk gemaakt worden, maar wat ik zo heerlijk vind aan dit recept is dat je er zo weinig voor hoeft te doen!

Op het filmpje een wat luxer voorbeeld van het gerecht speciaal voor kerst

En het restje bladerdeeg (ik had een flinke lap over), daar maak je samen met de (klein)kinderen leuke hapjes van. Deze hapjes maakte ik vaak met de kinderen van de BSO en zij (en hun ouders) waren er dol op!

Geef elk kind een eigen lapje bladerdeeg. Leg knakworstjes, ham, plakjes/geraspte kaas of andere ingrediënten naar keus klaar op bordjes.

Laat de kinderen hun lapje bladerdeeg dun beleggen met 1 ingrediënt (of kaas-ham combie kan natuurlijk ook) en laat ze dan hun lapje oprollen (ik heb er wat tapenade bij gesmeerd). Vervolgens worden hier reepjes uit gesneden en deze worden op hun kant op een bakblik gelegd in een voorverwarmde oven (200 graden Celsius). De hapjes 15-20 minuten afbakken en de kinderen (of gasten op een feestje) zijn ook weer blij! Op de foto’s hieronder zijn de verschillende stappen te zienLaten we een feestje vieren (om alles uit te delen)!!

Enjoy!!

Gezonderdag

Zoals beloofd ook vandaag weer een heerlijk recept!

Vandaag gaan we voor een bijzondere combinatie. Inspiratie hiervoor haal ik eigenlijk altijd uit mijn keuken. Ik kijk wat ik allemaal nog in huis heb en wat ik al een tijdje heb liggen. Zo heb ik bijvoorbeeld al een poosje twee witte kolen in de koelkast liggen. Nu zijn kolen heel lang houdbaar (en kosten ze hier maar 30 cent per stuk), maar omdat ik ze niet zo vaak gebruik, lijkt het mij een goed idee om eens een bijzonder recept op te zoeken. Ik heb wat leuke recepten gevonden. De een wat bewerkelijker dan de ander, maar zeker de moeite waard om eens te proberen!

De gezondheidsvoordelen van de kool zijn al heel lang bekend. Toch is deze groente niet echt zichtbaar in ons dagelijks dieet. In de middeleeuwen werd deze groente ‘het medicijn van de armen’ genoemd. Er zijn weinig groenten die meer gezondheidseigenschappen hebben dan kool. De meest interessante eigenschap van deze groente is zijn kracht om het risico van darmkanker te verminderen. Studies hebben aangetoond dat volkeren die grote hoeveelheden kool eten, weinig te maken hebben met darmkanker. Dit komt door zijn hoge gehalte vezels en bepaalde chemicaliën. Vezels helpen ook om onze darmen schoon te houden door de doorgang te verbeteren. Kool bevat bovendien bepaalde stoffen die tumorcellen tegengaan en cellen helpen beschermen tegen vrije radicalen. Sommige van die stoffen helpen ook om het lichaam’s metabolisme van oestrogeen te versnellen. Zo vermindert de kans op borst-, baarmoeder- en eierstokken kanker. Kool is bovendien een perfecte bron van vitamine C en beta-caroteen (een vitamine A opwekker). Deze anti oxidanten helpen om de vrije radicalen te verslaan die in ons lichaam circuleren en het verouderingsproces versterken. Het hoge gehalte aan beta-caroteen kan de kans op staart verminderen. Rauw is kool een goede bron van folium zuur. Deze zorgt voor een vermindering van het risico van baby’s met een open ruggetje. Geperste koolsap bevordert de genezing van sommige zweren. Kool vermindert bovendien de kans op hart ziektes en hartaanvallen, verlicht reuma en vermindert huid problemen. Bovenop al deze goede eigenschappen is deze groente ook nog laag in calorieën.

Voeg slechts een paar zaadjes komijn of venkel (of allebei) toe voor het koken. De kool wordt nu beter verteerd (geen gasvorming) en je hebt niet meer die vervelende geur in je keuken een paar dagen lang.

Vegetarische koolpakketjes (8-12 rolletjes, 4 personen)

  • 2 el extra vergine olijfolie, plus wat extra om te garneren
  • 1⁄2 ui, gesnipperd
  • 2 tl fijngehakte knoflook
  • 4,8 dl Groentebouillon (blz. 101-102) of water
  • 80 g witte, zilvervlies- of basmatirijst
  • 110 g linzen
  • zout en versgemalen peper
  • 1 witte of savooikool

Verhit de olie in een middelgrote pan op matig vuur. Voeg de ui toe en fruit deze in 5 minuten zacht. Voeg de knoflook toe en fruit deze 1 minuut mee. Roer dan de bouillon erdoor en breng het geheel aan de kook.

Als je zilvervliesrijst gebruikt, doe je deze samen met de linzen in de pan. Als je witte of basmatirijst gebruikt, laat je de linzen eerst 5 minuten koken en dan voeg je de rijst toe. Zet het vuur lager zodat het geheel zachtjes kookt en laat het 25-30 minuten koken, tot de rijst en de linzen zacht zijn en het vocht bijna helemaal is geabsorbeerd (het moet niet helemaal droog zijn). Als er nog te veel vocht in de pan zit, haal je het deksel van de pan en zet je het vuur hoger. Pas op dat de onderkant niet aanbrandt. Bestrooi het geheel met zout en peper en zet het apart.

Snijd intussen met een scherp mes de kern uit de kool. Trek er 8-12 grote, onbeschadigde bladeren af en doe deze in een stoompan boven enkele centimeters kokend gezouten water. Doe er een deksel op en stoom de bladeren tot ze net flexibel genoeg zijn om te buigen. Snijd een V-vorm in het blad om de harde middennerf te verwijderen.

Leg voor het vullen een blad met de holle kant naar boven op een werkblad. Doe een flinke schep van de vulling in het midden, vlak boven het punt waar je de nerf hebt weggesneden. Vouw de zijkanten naar binnen en rol het blad dan vanaf de nerfkant op, zodat er een klein pakketje ontstaat; je krijgt al snel door hoe dat gaat. Rol de pakketjes niet te strak op – het mengsel zet wat uit tijdens het koken. Zet de rolletjes vast met een cocktailprikker of leg ze met de naad naar beneden neer. (Je kunt de koolrolletjes tot aan dit punt tot een dag van tevoren klaarmaken; dek ze af en bewaar ze in de koelkast. Breng de rolletjes eerst op kamertemperatuur voor je verder gaat met het recept.)

Leg de koolrolletjes in een stoompan (controleer of er genoeg water in zit) en stoom ze 10-15 minuten, tot de kool zacht is. Bestrooi ze met kruiden en serveer ze.

*Linzen bevatten complexe koolhydraten en zijn hierdoor een goede bron van energie. Ze bevatten veel vezels en zijn dus ideaal voor mensen met darmproblemen. Verder zijn linzen ook rijk aan plantaardige eiwitten en bevatten ze veel sporenelementen zoals ijzer, fosfor, magnesium en vitamine B. 

*Rijst bevat nagenoeg geen vetten en is een uitstekende bron van koolhydraten met als belangrijke eigenschap : een lage glycemische index (GI). Deze bijzondere eigenschap is evenwel afhankelijk van de soort rijst en ook van de toegepaste bereidingswijze.

(dit recept komt uit ‘de dikke vegetariër’)

Andere groenten die je kunt gebruiken, zijn uien, zomerpompoen, paddenstoelen of een stevige bladgroente.

In dit recept worden de koolbladeren en de pakketjes gestoomd; deze ‘natte’ bereidingsmethode zorgt voor een vochtig en zacht gerecht.  Je kunt de rolletjes i.p.v. stomen ook smoren in een saus of in groentebouillon.

Eventueel kun je na het stomen de rolletjes in de oven onder de grill leggen en gratineren met een plakje pittige kaas erover (naar keuze). Dan is dit gerecht niet veganistisch, maar vegetarisch.

Dit recept kun je feestelijker maken door de rijst en linzen even op te bakken met een in de olie gefruit uitje, 2 tenen knoflook uit de knijper en 2 theelepels in de vijzel geplette venkelzaadjes. Voeg dan een in kleine blokjes gesneden wortel toe en bak nog een paar minuten zachtjes.

De pakketjes zien er prachtig uit. Ideaal voor een etentje. Tip: serveer er een tomatensaus bij (lekker, maak ‘m romig met een lepel creme fraiche) en in de oven gepofte aardappelen met rozemarijn.

Lijkt dit recept je wel wat, maar toch liever vlees? Er zijn genoeg varianten waarin toch vlees wordt gedaan. Je kan dit recept ook aanpassen door geruld gehakt toe te voegen of een plakje spek/bacon/ham om het rolletje heen te rollen (en met plakje kaas samen gratineren).

Het volgende recept is een stuk eenvoudiger en sneller klaar.

Shoarmataart met witte kool (4 personen)

  • 6 plakjes roomboterbladerdeeg of glutenvrije variant
  • 2 el olijfolie
  • 2 uien, gesnipperd
  • shoarmavlees (ca. 425 g) of vegetarische variant
  • witte kool (300 g, biologisch)
  • 3 el knoflooksaus
  • ijsbergsla (200 g)

Verwarm de oven voor op 180 °C. Leg het bladerdeeg op een met bakpapier beklede bakplaat. Druk de overlappende naden goed aan. Verhit de olie in een wok. Fruit de ui 1 min. Voeg de shoarma toe en bak 3 min. Voeg de kool toe en roerbak 4-5 min. Voeg peper en zout naar smaak toe. Verdeel het shoarmamengsel over de deegbodem. Bak de taart in ca. 30 min. goudbruin en gaar, dek halverwege af met aluminiumfolie. Roer ondertussen de knoflooksaus glad met 1 el water. Neem de taart uit de oven. Snijd in 4 stukken en verdeel de sla erover. Serveer met de saus.

Natuurlijk kan je zelf het recept aanpassen en uitbreiden. Zo maak ik het shoarmavlees zelf van kipfilet of tofu met shoarma kruiden en eventueel roerbak ik nog een paprika mee. Ik kan me ook voorstellen dat er wat sperziebonen meegeroerbakt kunnen worden. Klinkt misschien raar, maar smaakt lekker in combinatie! Voordat de taart de oven in gaat, zou er nog kaas over gestrooid kunnen worden of ongeveer 10min. voordat de taart uit de oven moet komen of als het uit de oven komt (naar eigen smaak!).

(dit recept komt van www.ah.nl)

Eet smakelijk!

(foto’s zijn niet door mij gemaakt)